We hebben een kleine 200 overige leden. Dat is best veel en daarmee een belangrijke doelgroep. Ze kregen vroeger het krantje in de brievenbus en ze komen wedstrijden kijken, brengen nog meer gezelligheid, zijn goed voor allerlei contacten en ideeen of steken hun armen uit de mouwen voor de club. ( Ik doe even net of er geen Corona is).
Dat krantje is vervangen door de site en social media. Af en toe komen er signalen binnen dat mensen dat krantje missen, de beschouwingen, wedstrijdverslagen en andere stukjes. Via het beeldscherm is het soms onwennig en de site is meer een spoorboekje van de club. Dat zie je veel, ook bij andere sportclubs. Commentaar, verhalen, foto’s, filmpjes en reacties lopen via social media en het spoorboekje loopt steeds meer via whatsapp-groepen.
Eigenlijk heeft de club geen spreekbuis meer en een deel van je podium verdwijnt. Het wordt overgenomen door iedereen en voor iedereen maar via andere kanalen. Het knaagt nog steeds een beetje bij me. Het hoeft niet terug naar clubkrantjes stencilen, dus op zondagavond achter verslagen aan, typen en vervolgens maandagavond stencilen, een nietje erdoor heen en dinsdag meenemen naar de training, dat hoeft niet. Maar hoe dan wel? Hoe binnen de club en hoe naar buiten? Dit stukje is eigenlijk ouderwets. Zo deed mijn vader het ook.
Met de rubriek Korfbal Amsterdam waarin we ons richten op de Amsterdamse korfbalgeschiedenis en op interviews met mensen die kort en lang geleden gekorfbald hebben, proberen we wat meer inhoud aan de site te geven en via twitter en de nieuwsbrief mensen attent te maken op de site. Maar er kan meer. Als we willen groeien dan moet je naar buiten en dan moet je nadenken over wat je waarden zijn en via welke kanalen je dat laat weten. We voeren nu een kunststukje uit met de Telegraaf en misschien kunnen we dat vasthouden als positief kanaal. Maar er moet meer en dan structureel goed. Te beginnen met een commissie marketing & communicatie?

Dat is een van de onderwerpen waar het bestuur nu wekelijks mee bezig is. Eerst zelf als bestuursleden vaardig worden over de materie en over een stip aan de horizon, dan wat het betekent om er als club naar toe te groeien en vervolgens een serieuze gesprekspartner kunnen zijn voor de commissies. En gezamenlijk bediscussiëren zodat bijgesteld kan worden. Want zomaar iets roepen kan iedereen.
Als we willen groeien dan moeten we een locatie met groeipotentie hebben. Al een aantal jaren geleden is er voor gekozen om daarvoor in te zetten op Zeeburgereiland. Groeipotentie is mooi maar dat is alleen maar wind in de rug bij het fietsen. Je moet wel op je fiets gaan zitten en de trappers rond krijgen. Daar is op de weg naar die stip een groeiend aantal handjes voor nodig. Maar niet alleen mensen maar ook middelen. Het idee van een vereniging die je overeind houdt met contributie is al lang achterhaald en ook sponsoring is in de toekomst niet voldoende.
Als je nagedacht hebt over je waarden kun je vervolgens ook nadenken over levering van diensten die daarbij passen tegen een fatsoenlijk tarief. Op Zeeburgereiland kunnen we in die positie komen. Daarom zetten we ons in om ook bij de gemeente gezien te worden als partner om maatschappelijke waarde mee te creëren.

Zoals vorige week al aangekondigd in Korfbal Amsterdam een artikel over de kettingreactie in de korfbaltop die veroorzaakt werd door het vertrek van Crum bij DKOD in juni 1990 en de snelle reactie van AW.DTV met als voorzitter Gerard Vermeulen om Crum binnen te halen. Met de kennis van dat moment en de situatie in de selectie was dat een goede zet.

Hans